Taal

Taal:

 

Voor Taal gebruiken we de nieuwe methode: Taalactief 3
Deze methode is voor de klassen 4 t/m 8.
Taal en spelling worden iedere dag, meestal in de ochtend, gedaan.

 

Ieder schooljaar is ingedeeld in 10 blokken van 3 weken.
Na iedere 2 blokken volgt een parkeerweek, waarin tijd is om alle stof van de 2 voorgaande blokken nog eens te herhalen, en zaken die nog niet goed worden beheerst, nog wat extra aandacht te geven.
De spellingmethode loopt hieraan parallel.
Bij de taalmethode komen dingen aan de orde als: zinsbouw; taalregels; woordenschat; taalvaardigheid, zowel mondeling als schriftelijk; spreekwoorden en gezegdes; ontleden enz.
De eerste 2 weken worden nieuwe problemen aangeboden en geoefend.
De derde week begint met een taaltoets.  Hierna werken de kinderen uit hun extra taalboek, waarin remediërende en verrijkende oefeningen staan. Wat zij maken is afhankelijk van hun taaltoets.

 

De spellingmethode werkt vanuit de spellingcategorieën, de regels.
Aan het begin van de 3 weken is steeds een signaaldictee, waarbij getoetst wordt wat een kind nog weet.
Aan het eind van de tweede week, na intensief oefenen volgt een controledictee. De dictees worden op de computer gemaakt.
N.a.v. het controledictee volgt voor ieder kind individueel een plannetje om de fouten nog eens te oefenen. Dit gebeurt met behulp van de kaartenbak en het computerprogramma. De kinderen met weinig fouten krijgen moeilijker opdrachtkaarten aangeboden.

 

De nadruk van deze methode ligt niet op het inoefenen van woorden, maar op het herkennen en toepassen van regels.
Alle kinderen krijgen hiervoor in de 2de week huiswerk mee om dit thuis een hele week  extra te oefenen.

 

Taal

Spelling

 

Week 1

Nieuw + oefenen

Signaaldictee + nieuwe regels

Week 2

 

oefenen

oefenen + huiswerk

Week 3

Taaltoets : remediëren of verrijken

Controledictee: remediëren of verrijken